Werken met niveaugroepen

De samenstelling van onze klassen binnen de lagere afdeling is heterogeen zodat kinderen leren omgaan met de verscheidenheid binnen onze maatschappij. Meer en meer worden onze jonge mensen hiermee geconfronteerd en zal het ontzettend belangrijk zijn dat kinderen hierin leren opgroeien.

Daar inzicht en geheugen niet bij alle kinderen even sterk ontwikkeld is, vinden wij het belangrijk om voor taal en wiskunde per leerjaar te werken in drie niveaugroepen (.1/.2/.3).

  • In de .1-groep wordt de basisleerstof van dat leerjaar gegeven. Men zal in deze groep veel aanschouwelijker werken en het tempo ligt ook stukken lager. Ook hier zal de leerkracht openstaan om bepaalde zaken meerdere keren uit te leggen. Vooral het meegeven van vaste structuren speelt hier een belangrijke rol. Alle noodzakelijke leerstof nodig om het middelbaar onderwijs aan te vangen, conform de eindtermen, wordt hier gegeven.
  • In de .2-groep wordt er naast die basisleerstof een lichte verdieping als aanvulling gegeven. Hier zal het tempo iets opgedreven worden en wordt het aanschouwelijke wel eens achterwege gelaten.
  • In de .3-groep krijgen de leerlingen als aanvulling wat verdiepingsleerstof en zullen de leerlingen ook meer zelfstandig leren werken. Ook het inzichtelijke komt hier ruimer aan bod.

Dus: de niveaugroepen binnen een bepaald leerjaar verwerken allemaal de leerstof van dat specifiek leerjaar maar op een aangepaste wijze.

De grote voordelen van deze manier van werken zijn dat alle leerlingen optimale kansen krijgen, dat elk kind kan evolueren op zijn of haar manier, elk kind ervaart succes, er heerst minder druk, minder stress, de eigenwaarde van elk kind wordt verhoogd want elk kind ervaart vooruitgang, kinderen krijgen nieuwe uitdagingen, kinderen voelen zich goed.